woensdag 7 maart 2012

Nudging en de gemiste kans


In de gezondheidsnota van mei vorig jaar wordt gesteld dat de gezonde keuze gemakkelijker moet worden gemaakt. De overheid wil af van de preventiecampagnes die zij als betuttelend bestempelt. Campagnes die nog wel voortgezet worden zijn “De gezonde sportkantine” en “De gezonde schoolkantine”. Volgens minister Schippers kan het publiek over voldoende informatie beschikken. Dus zet ze alleen in op nudging en het weerbaarder maken van jongeren om overgewicht en de gerelateerde aandoeningen aan te pakken. Dit beleid vertoont hiaten, maar biedt ook kansen.  

Nudging oftewel Liberaal paternalisme
Nudging betekent het geven van een duwtje in de goede richting. Het begrip “nudge” is door Richard Thaler en Cass Sunstein geïntroduceerd, maar werd mogelijk bekender door Monty Python.
Nudging als aanpak van overgewicht bestaat onder andere uit het presenteren van gezonde voedingsmiddelen als de meest voor-de-hand-liggende keuze en de ongezonde eet- en drinkwaren worden minder opzichtig uitgestald.
Daarnaast worden buurtcoaches ingezet om mensen meer te laten sporten.

Belemmeringen
Nudging kan goed toegepast worden in een school-, sport, of bedrijfskantine, maar de praktijk is weerbarstiger. De verkoop van pizzapunten nam toe gedurende de laatste vier jaar en slechts 20% van de schoolkantines het predicaat “Gezonde schoolkantine” mag voeren, hoewel deze actie al langer dan 5 jaar loopt. Sportverenigingen zijn bang dat hun omzet daalt en scholen kunnen kritiek van ouderraden verwachten als ze het aanbod van frisdranken, snoep en snacks verminderen.
Ook in winkels zijn dergelijke opstellingen denkbaar, maar dit botst met het belang van de verkoper voor het halen van zijn/haar omzet. En het is de vraag of we dit moeten willen.
Het is niet duidelijk of het buurtcoaches lukt om mensen aan het sporten te krijgen. En wat te doen als de mensen het niet willen, of ze hebben onvoldoende geld om sportschoenen te betalen.

Weerbaar maken
Minister Schippers zet in op het weerbaarder maken van jongeren voor de verleiding van ongezonde voedingsmiddelen. Dit lijkt op de vroegere aanpak van pesten. Hierbij werd ook min of meer gezegd dat het slachtoffer weerbaarder moest zijn, waarbij gemakkelijk de indruk gewekt kon worden dat “er iets aan het slachtoffer mankeerde”.
Bij deze aanpak van overgewicht krijgt de commercie die vrij spel. Zij is beter toegerust (lees: heeft meer financiële armkracht) dan de preventielobby. Reclame gericht op kinderen jonger dan 12 jaar wordt niet verboden. Er wordt bezuinigd in het onderwijs, terwijl hier de inzet wordt verwacht om kinderen weerbaarder te maken tegen voedselverleidingen. En zo lijkt dit beleid meer op het willen omgooien van een olifant met behulp van wattenschijfjes.
Zijn mensen voldoende geïnformeerd?

Informatie en epidemiologische verwarring
In het debat over de gezondheidsnota van 5 maart 2012 werd gezegd dat iedereen via internet over voldoende informatie kan beschikken. Echter in Nederland is 1,1 miljoen (ca10%) van de potentiële beroepsbevolking laag geletterd, terwijl de meeste informatie uit geschreven tekst bestaat.
Daarnaast wordt de bevolking via radio en tv overspoeld met allerlei berichten over voeding. In de rapporten “Nederlanders aan het woord over gezondheid en gezond leven” en “Een nuchtere kijk op gezondheid” wordt opgemerkt dat de consument er geen wijs meer uit wordt wat er nu wel en niet gezond is. Dat wordt ook wel aangeduid als epidemiologische verwarring.
Burgers willen dat informatie dichtbij huis te vinden is en dat ze persoonlijke vragen kunnen stellen aan een deskundige. Daarnaast biedt het betrekken van de “gewone bevolking” kansen om het beleid beter af te stemmen op de behoeften van de doelgroepen en de draagkracht ervoor te vergroten.

De gemiste kans kan worden ingehaald
De minister gaf aan dat er maatwerk nodig is om de keuze voor gezonde voeding gemakkelijker te maken, maar ze verzuimde om toe te lichten hoe dat vorm moet krijgen.
Laat ze daar nou een prachtig tool voor hebben. Er staat een goed opgeleide groep mensen klaar die dit maatwerk kunnen leveren. Deze mensen zijn ook heel goed in staat om met mensen samen een strategie uit te denken hoe er met voedselverleidingen omgegaan kan worden. Deze groep mensen is zeer enthousiast en willen hier graag aan werken.
Wie ze zijn: natuurlijk de diëtisten!!!

2 opmerkingen:

  1. Weer een prima blogbericht, Anneke! Natuurlijk is het bijzonder dom van de minister om de dietisten uit de basisverzekering te halen. Maar zie ook de keerzijde. Die zou erop kunnen wijzen dat deze beroepsgroep zich de afgelopen decennia in het publieke domein biet als een effectieve en daardoor onmisbare beroepsgroep heeft gemanifesteerd waar het gaat om het veranderen van eetgewoonten. Op basis van mijn 40-jarige ervaring als huisarts associeer ik eerlijk gezegd dietisten eerder met weegschaaltjes en goed bedoelde maar weinig inspirerende adviezen die met name jongeren weinig zeggen. Ik denk dus dat de marketing van dietisten aanmerkelijk beter kan en ook beter moet. Daarnaast denk ik dat het absoluut noodzakelijk is dat huisarts als de 1e-lijns professional die het dichtste bij de mensen staat en van hen nog een zeker vertrouwen geniet meer van voeding zou moeten weten, al was het maar om samen beter met de dietist te kunnen optrekken. Daarom heeft het NNG-bestuur onlangs besloten een basiscursus Voedingsgeneeskunde voor huisartsen te organiseren. De eerste zal vermoedelijk begin volgend jaar plaatsvinden.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Uit meerdere onderzoeken blijkt inderdaad dat de huisarts als een betrouwbare bron van (voedings)informatie wordt gezien door de patiënten. Daarom is het zeker nodig dat de huisarts over een betere voedingskennis zou moeten beschikken dan nu het geval is.
    Het is jammer dat het beeld van de diëtist vaak beperkt is tot 'de dame met de weegschaaltjes en het strenge vingertje", terwijl er zoveel meer van het beroep te maken is. In veel praktijken is dat ook al lang het geval dat de diëtist zich meer en meer inleeft in de situatie van de patiënt/cliënt, doordat er veel gewerkt wordt met motiverende gespreksvoering. Hierdoor wordt een veel beter behandel-resultaat bereikt en de patiënt/cliënt is meer tevreden, omdat hij/zij zelf meer regie heeft over de leefstijl-wijziging.
    Het verdient aanbeveling als het aantal behandeluren daarvoor wel toereikend is, zodat de patiënt/cliënt zoveel mogelijk rendement uit de therapie kan halen.
    En het blijft altijd belangrijk dat de behandelaren een duidelijke consensus hebben over de behandeling en de behandeldoelen, zodat de kans op verwarring voor de patiënt/cliënt zo klein mogelijk wordt gehouden.
    Het belangrijkste is altijd dat het welzijn en persoonlijk geluk van de patiënt/cliënt op lange en korte termijn altijd centraal dient te staan en waarbij alle behandelaren, dus ook de diëtist voldoende tijd krijgen om het vertrouwen van de patiënt/cliënt te winnen.

    BeantwoordenVerwijderen